Publicaties

A.D. MCMLXXIV

Inloggen voor leden

 
 
 
 

Federatie Instandhouding Monumenten

Opgericht: 2009
Doelstelling: belangenbehartiging van aangesloten monumentenorganisaties die actief zich inzetten voor het in stand houden van Monumenten.

Amsterdam, 6 november 2009.

Betreft: beleidsbrief in het kader van MoMo

Aan: Commissieleden OCW van de Tweede Kamer

Voor nadere informatie:
Peter Breukink, voorzitter ( Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. ),
Karel Loeff, secretaris ( Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. )

Arno Boon ( Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. )

Het 9 punten amendement van de Federatie Instandhouding Monumenten, de kersverse belangenbehartiger voor de monumentenorganisaties in Nederland, leggen wij u voor met het dringende verzoek deze´puntjes op de i ‘ over te nemen.
Het gaat om sectorbrede - en breed gedragen - voorstellen die gericht zijn op een goed functioneren van de drie genoemde beleidsdoelen in de MoMo-beleidsbrief.

Wij zijn graag bereid u hierover nader te informeren en zien uw reactie op ons 9 punten amendement met grote belangstelling tegemoet!


1.Vrijwilligers

Vrijwilligersorganisaties zijn kweekvijvers voor een actief en toekomstgericht behoud van ons erfgoed.

Toelichting:
Hoewel genoemd, is er ons inziens in de MoMo beleidsbrief onvoldoende waardering voor de inzet van de vrijwilligers in onze sector. Tot 2007 was er sprake van een bijdrage vanuit de rijksoverheid voor de ondersteuning van organisaties op monumentengebied. Dit bedrag bedroeg 0,6 miljoen euro op jaarbasis. De nieuwe organisatie Erfgoed Nederland, een sectorinstituut dat gefinancierd wordt door de rijksoverheid, heeft geen mogelijkheden om geld beschikbaar voor de ondersteuning van vrijwilligersorganisaties. Het voortbestaan - en daarmee het functioneren - van die vrijwilligersorganisaties komt steeds meer onder druk te staan.
Wij verwijzen daarbij naar de nota van voormalig rijksadviseur Fons Asselbergs over het belang van particulier initiatief.

Voorstel:
Wij stellen voor per vrijwilliger aan monumentenorganisaties met een ANBI-status een vergoeding uit te keren van 1500 euro (ter hoogte van de door de belastingdienst vastgestelde maximale vrijstelling voor vrijwilligerswerk) om zo vrijwilligerswerk in onze sector mogelijk te blijven maken. De toekenning van deze middelen kan geschieden via het Nationaal Restauratiefonds.

2. Interieurs

Interieurs zijn onlosmakelijk verbonden met monumenten. Deze moeten adequaat beschermd en het behoud ervan gesubsidieerd worden.

Toelichting:
In de MoMo plannen komen monumentale interieurs nauwelijks aan de orde terwijl zij nadrukkelijk aandacht nodig hebben. Vooral wanneer de bescherming van monumenten wordt verankerd in de ruimtelijke ordening! Interieurs kunnen als cultuurhistorische waarde immers niet worden opgenomen in die bestemmingsplannen. Daarnaast is het restaureren van beschermde monumentale interieurs vaak niet mogelijk omdat de richtlijn ‘doelmatig restaureren’ is waardoor de meerkosten voor herstel van met name kostbare interieurs niet worden gesubsidieerd.

Voorstel:
Wij pleiten voor een Deltaplan Interieurs dat eind 2011 gereed moet zijn, de problematiek kwantitatief en kwalitatief in beeld brengt en de basis is voor een subsidiesystematiek interieurs die medio 2012 ingevoerd wordt.

3. Groene monumenten

Het BRIM aanpassen voor groene monumenten. Het BRIM is ontwikkeld voor gebouwen, niet voor flora.

Toelichting:
Volgens de MoMo beleidsbrief kunnen groene monumenten gebruik gaan maken van het BRIM. Dat is een ontwikkeling die wij zeer toejuichen. Wij maken ons echter zorgen over de effectiviteit. Het gaat om zowel de omvang van het budget als om de hoogte van het subsidiepercentage.
Instandhouding van groene monumenten verschilt op een aantal punten aanzienlijk van die van rode monumenten. Het gaat om behoud en onderhoud van levend materiaal met een strikte timing van regulier onderhoud waarbij er niet straffeloos een seizoen of een jaar niet gewerkt worden. Groene monumenten genereren per definitie geen inkomsten die kunnen bijdragen aan hun instandhouding.
Parken en tuinen zijn veelal openbaar toegankelijk en bieden de mogelijkheid bieden voor een laagdrempelige vrijetijdsbesteding met relatief hoge bezoekersaantallen.

Voorstel:
Wij stellen ten aanzien van de groene monumenten de reële behoefte in kaart te brengen voor medio 2010 en het BRIM begin 2011 aan te passen.

4. Prioriteit in de wetgeving

Regeldruk van ándere wetten dan de monumentenwet laat veel restauraties stagneren. Waar monumenten in het geding zijn dient het cultuurhistorisch belang te prevaleren.

Toelichting:
In de voorstellen wordt ingezet op minder regeldruk.
De eigenaar/ontwikkelaar van een  - groot of complex - monument is gebaat bij een heldere beleidslijn welke wetten en regels voorrang hebben. Monumentale waarden komen in gedrang bij andere vergunningtrajecten, bijvoorbeeld in relatie tot milieu, arbo-wetgeving, brandveiligheid of de flora- en faunawet.
Voor stenen kerken met een klein risico op brandgevaar dienen andere (lichtere) normen  te gelden dan voor bv. een houten kerk. Zakelijke gebruikers van monumenten doen in de meeste gevallen graag concessies m.b.t. arbeidsomstandigheden gezien hun unieke werkomgeving.
De regelgeving brengt niet alleen extra hoge investeringen voor monumenteneigenaren met zich mee maar kan zelfs tot vernietiging van cultuurhistorische waarden leiden!
Als voorbeeld: op het ENKA terrein in Ede wordt een monument deels gesloopt omdat een steenbreekvaren wortel heeft geschoten tijdens de periode van leegstand.

Voorstel:
Wij vragen u de problemen rond deze tegenstrijdigheden in de wet- en regelgeving in kaart te brengen en beleid te laten ontwikkelen met als doel de monumentenwet in een prioritaire positie te brengen. Eventueel kan dit in zogenaamde experimentgebieden uitgeprobeerd worden.

5. Installaties in monumenten

Historische installaties in monumenten sneuvelen onnodig; technisch zijn deze vaak in prima staat

Toelichting:
In de MoMo krijgt het mobiel erfgoed een plek. Prima! Maar zoals ook voor historische schepen en treinen er uitzonderingen moeten kunnen gelden, vragen wij aandacht voor unieke installaties in monumenten die behouden moeten blijven. Denk hierbij aan antieke liften, roltrappen en luchtbehandelinginstallaties.

Voorstel:
Maak het mogelijk om voor deze monumentale onderdelen oplossingen op maat te bieden. Ook hier vragen wij opnieuw het primaat ten behoeve van het behoud van het monument en zijn onderdelen !

6. De Rijksdienst Cultureel Erfgoed als kennismakelaar!

Geen kenniscentrum maar kennismakelaar

Toelichting:
In de MoMo beleidsbrief lezen we dat de Rijksdienst Cultureel Erfgoed meer kenniscentrum – voor herbestemmen in het bijzonder - moet worden. Het particuliere veld waar veel, soms zeer specialistische, kennis aanwezig is, wordt niet genoemd. Kennis wordt ook daar steeds meer ontwikkeld.
De moderne samenleving is opgebouwd uit netwerken die sterk leunen op ICT mogelijkheden (Reliwiki is daarvan een zeer treffend voorbeeld); de RCE kan daarin vanuit haar rol als ‘’bewaker van monumentenwaarden’’ een eigen rol in spelen.

Voorstel:
Wij pleiten ervoor dat de RCE niet alleen optreedt als kenniscentrum, maar meer als kennismakelaar met mogelijkheden om kennisbevorderende activiteiten die door particuliere organisaties getrokken c.q. ontplooid worden, financieel mogelijk te maken door 20% van haar budget op dit gebied hiervoor te bestemmen .

7. Cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening

De overgang naar verankering van cultuurhistorische waarden in bestemmingsplannen vergt een adequate begeleiding.

Toelichting:
De ontwikkeling naar opname van cultuurhistorische waarden in de ruimtelijke ordening schept nieuwe kansen. Dit vergt echter veel inzet en een lang tijdsbestek van zeker 10 jaar. Er zit in feite spanning tussen de bescherming van eeuwenoude monumenten en de uiteindelijk op tijdelijkheid berustende plannen in het kader van de ruimtelijke ordening.
Er zal een vorm van controle moeten zijn of gemeenten zich adequaat van hun taak kwijten, bijvoorbeeld door het verrichten van nieuwe inventarisaties. De vraag is welke partij de invoering van de nieuwe lijn om cultuurhistorie via de ruimtelijke ordening te verankeren begeleidt en controleert.

Voorstel:
Pas nadat de cultuurhistorie goed verankerd is in bestemmingsplannen ontstaat de ruimte voor gemeenten om die als basis te gebruiken voor planvorming voor/rond rijksmonumenten. Indien dit nog niet van toepassing is zal de huidige wet- en regelgeving voor rijksmonumenten van kracht moeten blijven. De controle en toezicht dient door de Inspectie Ruimtelijke Ordening en de Erfgoedinspectie plaats te vinden.

8. Rol en ambitie gemeenten

Gemeenten zijn onvoldoende toegerust op hun (nieuwe) taken.

Toelichting:
In de MoMo beleidsbrief wordt veel gezegd over afnemende regeldruk. De adviesplicht van de RCE is ingeperkt. Dit legt echter wel een zwaardere taak bij gemeenten. Zij moeten ambtelijk ondersteunen, advies inwinnen bij een deskundigencommissie en vergunningen verlenen. Daarbij wegen ze ook andere belangen mee. In een situatie waar het bestuur dicht bij de burger staat kan dat leiden tot niet-objectieve belangenafweging. Alles valt of staat bij de lokale politieke wil. Dat is te dun.
Wij vinden dat de minister, ondanks alle rapporten van de Erfgoedinspectie over de kwaliteit en de ondersteuning bij gemeenten te weinig doet om (kleinere) gemeenten bij de les te houden.

Voorstel:
Grijp in bij gemeenten die twee jaar achter elkaar door de erfgoedinspectie genoemd worden als ‘’onder de maat’’ qua beleid en praktijk; stel in die schrijnende gevallen de inschakeling van organisaties als het Gelders Genootschap, het Oversticht, etc. verplicht.

9. De monumentenlijst is nooit af.

Monumenten zijn niet ‘’op’’, vergeten pareltjes worden ontdekt, de wederopbouw is veel meer dan 100 monumenten en nieuwe categorieën dienen zich aan.

Toelichting:
In de MoMo beleidsbrief  is aangegeven dat het aantal beschermde stads- en dorpsgezichten slechts minimaal wordt uitgebreid. Ook in aanwijzing van objecten uit de periode van na de wederopbouw wordt de deur op een kier open gezet. De minister is vrij rigide als het gaat om de aanwijzing van vergeten monumenten. Hierdoor worden waardevolle gebouwen gesloopt, zoals de voormalige monumentale gasfabriek in het Groningse Bedum of een 16deeeuws pand in het Zeeuwse IJzendijke. De afweging is zeer willekeurig. Het monumentenregister is inhoudelijk voor wat betreft de beschermingsgronden nog steeds zeer inconsequent. Een snelle actualisering ligt niet in het verschiet bij de voorgestelde aanpak.

Voorstel:
Representativiteit is en blijft belangrijk zodat´op elke straathoek´cultuurhistorie en identiteit beleefbaar blijft, ook voor latere generaties. De cultuurhistorische waarde prevaleert boven het aantal: absolute uniciteit mag niet een voorwaarde zijn voor aanwijzing op rijksniveau.